Orgaandonatie: alles wat je moet weten
Bij orgaandonatie staat iemand een orgaan of weefsel af. Dit wordt vervolgens ‘gedoneerd’ aan iemand waarbij eenzelfde orgaan niet goed of niet meer functioneert. Maar hoe werkt orgaandonatie en kan iedereen zomaar donor worden?

Wat is orgaandonatie?
Orgaandonatie is het beschikbaar stellen van je organen. Je bent dan een orgaandonor. Je kunt je organen en weefsel doneren als je overleden bent, maar soms ook als je nog leeft. Bijvoorbeeld een deel van je lever of een nier. Je noemt dit donatie bij leven. Voor orgaandonatie is er de donorwet.
In het Donorregister staan alle Nederlanders en hun keuze rondom orgaandonatie geregistreerd. Welke organen of weefsels je kunt doneren, hangt af van een aantal factoren. Aan orgaandonatie zijn altijd strenge voorwaarden verbonden.
Wat is de donorwet?
De donorwet is een wet die in Nederland vanaf 1998 orgaandonatie regelt voor transplantatiedoeleinden. Op 1 juli 2020 is de donorwet aangepast. In de wet is toen vastgelegd dat iedereen van 18 jaar of ouder in Nederland in het Donorregister komt te staan. Je moet hiervoor ingeschreven staan bij een Nederlandse gemeente. Maak je zelf geen keuze? Dan komt er bij jouw naam automatisch ‘geen bezwaar tegen orgaandonatie’ te staan.
Keuzemogelijkheden Donorregister
- Ja, ik wil donor worden.
Dit betekent dat je donor wilt worden. Je kunt diverse organen en weefsels doneren. Ook kun je invullen als je bepaalde organen of weefsels niet wilt doneren. - Nee, ik wil geen donor worden.
Dit betekent dat je helemaal geen donor wilt worden. Je blijft wel geregistreerd staan in het Donorregister, maar zal na je overlijden geen organen of weefsel afstaan. - Keuze: Mijn partner of familie beslist na mijn overlijden.
Dit betekent dat de arts eerst met je partner overlegt over orgaandonatie. Je partner beslist. Is je partner niet bereikbaar of heb je geen partner? Dan bespreekt de arts dit met je familie. De familie maakt de uiteindelijke beslissing. Als er geen partner of familie bereikbaar is, dan word je geen donor. Ook als er binnen familie onenigheid ontstaat over donatie, gaat de orgaandonatie niet door. - Keuze: Ik wijs één persoon aan die beslist na mijn overlijden.
Dit betekent dat je voor je overlijden één persoon kiest die voor jou de keuze rondom orgaandonatie mag maken. Je overlegt dit van tevoren met die persoon. De persoon die je uitkiest, kan ook in het buitenland wonen. Zet de juiste gegevens van deze persoon in het register. Is de door jouw gekozen persoon niet bereikbaar na je overlijden? Dan laat de arts de partner of familie beslissen.
Bespreek jouw keuze altijd met je partner, familie, vrienden of begeleider. Zo zijn de mensen om je heen op de hoogte van jouw keuze.
Hoe word ik wel of geen donor?
Je kunt wel of geen donor worden door in het Donorregister je keuze door te geven. Zodra je in Nederland 18 jaar wordt, krijg je het verzoek om een keuze te maken rondom orgaandonatie en weefseldonatie. Doe je dit niet? Dan ontvang je eerst een herinnering. Als je daarna binnen zes weken geen keuze maakt, word je in het Donorregister geregistreerd als ‘geen bezwaar tegen orgaandonatie’. Je kunt dit altijd veranderen als je het er niet mee eens bent. Ook als je wel eerder een keuze hebt gemaakt, kun je deze aanpassen. Je kunt jezelf niet verwijderen uit het Donorregister. Wil of kun je je keuze niet online aangeven in het Donorregister? Vraag dan bij je gemeente een papieren donorformulier aan.
Welke organen kan ik doneren?
Je kunt na je overlijden verschillende organen en weefsels doneren.
Organen: alvleesklier, darmen, hart, lever, longen en nieren. Zonder deze organen kun je niet verder leven. Van mensen die ziek zijn en jouw orgaan gedoneerd krijgen, wordt zo hun leven gered.
Weefsels: bloedvaten, botweefsel, hartkleppen, kraakbeen, pezen, huid, oogweefsel en zenuwweefsel. Weefseldonatie is niet levensreddend, maar kan het leven van een patiënt wel prettiger of draaglijker maken.
Hoe werkt orgaandonatie?
Organen zijn onderdelen van je lichaam. Denk aan je hart, je lever, je longen en je nieren. Zonder deze organen kun je niet leven. Soms hebben mensen een bepaalde aandoening of ziekte waardoor een orgaan niet goed of niet meer werkt. In sommige gevallen kunnen deze organen vervangen worden door een orgaan van iemand anders. Dit kan ervoor zorgen dat iemand weer beter wordt en nog lang verder kan leven. Naast organen kun je weefsels doneren. Onder weefsels vallen bijvoorbeeld je ogen, huid, pezen en bloedvaten. Je organen en weefsels worden pas gedoneerd als je overleden bent. Daarom moet je van tevoren jouw keuze aangeven in het Donorregister.
Voor je overlijden weet je niet aan wie jouw organen of weefsels gedoneerd zullen worden. Je kunt ook geen organen aan familie of vrienden afstaan. Patiënten die een orgaan nodig hebben, staan op een wachtlijst. De arts bespreekt met je partner en familie of ze na afloop van de orgaandonatie op de hoogte gesteld willen worden. Willen ze dit? Dan worden ze na ongeveer zes weken gebeld. In dit gesprek horen zij of de transplantatie van het orgaan of weefsel geslaagd is.
Stappenplan orgaandonatie
Kan iedereen een orgaandonor zijn?
Niet iedereen kan orgaandonor worden. Voor het overlijden van de patiënt controleert de arts welke keuze er in het Donorregister geregistreerd staat. Na het overlijden van de patiënt checkt de arts of die organen en weefsels geschikt zijn om te doneren. Ben je overleden door ziekte of gebruikte je bepaalde medicijnen? Dan kan orgaandonatie nog steeds mogelijk zijn. Als je organen door medicatie zijn beschadigd kunnen deze niet altijd meer gebruikt worden. Een ander orgaan of weefsel, zoals je huid of oogweefsel, kan soms nog wel gedoneerd worden.
Wel wordt er nog steeds onderzoek gedaan naar orgaandonatie. Ook in de wetenschap rondom geneeskunde worden er elk jaar weer nieuwe dingen ontdekt. Zo kan het zijn dat orgaandonatie voor bepaalde ziekten over een aantal jaar misschien wel mogelijk is.
Donatie bij leven
Kies je voor donatie bij leven? Dan doneer je organen of weefsels op het moment dat je nog leeft. Deze organen en weefsels zijn hiervoor geschikt:
- Een nier of een deel van de lever
Je kunt als je leeft een nier of een deel van je lever doneren. Je kunt deze organen doneren aan je partner, een familie of een onbekende. Met één nier kun je goed leven. Je nierfunctie is dan 65 tot 75 procent, wat meer dan genoeg is. Ga je voor een leverdonatie? Dan kan je lever binnen een paar weken weer uitgroeien tot een normaal werkende lever.
- Stamcellen
Als je gezond bent, kun je een stamceltransplantatie laten doen. Hierbij haalt een een arts stamcellen uit je bloed. Stamcellen kunnen worden gedoneerd aan een patiënt met leukemie of een andere vorm van bloedkanker.
- Weefsels
Na een operatie blijven er soms lichaamsresten over die niet meer zomaar teruggeplaatst kunnen worden. Deze weefsels kunnen gebruikt worden voor weefseldonatie. Met huidweefseldonatie kunnen bijvoorbeeld patiënten worden geholpen die ernstig verbrand zijn.
Bronnen en expertise
Bij het samenstellen van deze pagina zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
Informatie gecontroleerd door expert

Disclaimer
Het gebruik van de informatie is volledig de verantwoordelijkheid van de lezer. Independer staat niet in voor de medische correctheid, volledigheid en effectiviteit. Bekijk voor meer informatie ook ons redactioneel beleid.
Awards



